Herken de beelddenker
Kenmerken die typerend kunnen zijn voor beelddenkers:
- gebruiken zelf verzonnen woorden en woorden die gedeeltelijk overeenkomen met het juiste woord maar waar zij iets persoonlijks aan toevoegen
- ze hebben woordvindings problemen (ze zeggen vaak ‘dinges’ en ‘die’ en ‘dat’ en geen mens weet waar ze het over hebben)
- moeite hebben met het correct en duidelijk onder woorden brengen van belevenissen (het kan veel tijd en geduld vergen om hun verhalen aan te horen)
- moeite met abstracte begrippen omdat ze zich er geen beeld van kunnen vormen
- moeite met het volgen van regels (soms omdat zij denken dat ze gedaan hebben wat ze al dachten maar ook door een grote ‘vrijheidszin’)
- Er kunnen zich problemen voordoen met een vraagstelling, de vraag wordt niet altijd goed geïnterpreteerd of juist anders geïnterpreteerd
- dromerig overkomen (één woord kan al een associatie teweeg brengen, het ene beeld roept het andere op)
- moeite met ordening in tijd en ruimte
- wil eerst inzicht in de bedoeling van de leerstof en overzicht van de leerstof voor het (aan)geleerd kan worden
- informatie gaat via hun eigen belevingswereld
Kenmerken die op school om aandacht kunnen vragen:
- problemen met links of rechts, eu of ue, b of p (een beelddenker ziet bij het woord stoel, de stoel in gedachten voor zich. Of de stoel nu achterstevoren op de kop staat: het blijft een stoel. Als de letters en hun klanken geleerd moeten worden geeft dit problemen. Immers: een b andersom wordt een d, en op zijn kop zelfs een p).
- een overmaat aan oriëntatiefouten (de s wordt een z, de f wordt een v).
- Het aanleren van spellingregels en grammatica kost moeite. Zowel bij taal als rekenen is de koppeling van klank aan letter- en cijfertekens niet altijd geautomatiseerd. Letters en getallen worden vaak omgedraaid en wordt er radend gelezen.
- wegdromen tijdens de uitleg waardoor ze de instructie dreigen te missen
- uitblinken in tekenen, handvaardigheid, ruimtelijke oriëntatie
- originele oplossingen zien in moeilijke of ingewikkelde situaties
- het zijn vaak harde werkers, die van doorzetten weten, ondanks de soms geringe resultaten. Er zit meer in dan er uit komt!
Algemene adviezen:
- bied structuur, zowel thuis als op school
geef korte gestructureerde opdrachten - laat een kind je aankijken bij het geven van een opdracht
- werk inzichtelijk, werk op inzicht en begrip
- verklein de omvang van de leerstof waar mogelijk
- de leerstof zo eenvoudig mogelijk aan de orde stellen, alle extra complicaties vermijden
- regels zelf laten ontdekken en nooit meer dan één regel of moeilijkheid tegelijk aanleren
- vaak en kort oefenen
- gebruik zoveel mogelijk leeringangen(visueel, auditief, motorisch)
- ruimschoots de tijd nemen, veel geduld opbrengen maar ook rustig disciplineren en haalbare eisen stellen
- zorg voor succeservaringen



